Dr. fil. Paul Kempeneers

Toponymie van gemeenten in Oost-Brabant

Over

Dat de Numismatische Kring voor mij een penning wil uitgeven, heeft mij aangenaam verrast. Naar aanleiding hiervan vroeg mijn goede vriend Pierre Degel mij, om een bijdrage te schrijven over mij zelf.

Het gezin Kempeneers-MattensIk werd geboren op 9 december 1935, op het Kapucijnenplein 3 te Tienen, als zoon van Eugeen Kempeneers en Joanna Mattens. Het had die dag heel erg gesneeuwd. Ik ben derhalve een echte winterkat. In nummer 3 bevindt zich nu een apotheek, maar in 1935 bezat mijn vader hier een bier- en wijnhandel. Mijn broer, Hubert Kempeneers, was 3 jaar en 3 maand eerder in hetzelfde huis geboren.

Engelbertus en Eugenius KempeneersOp 3 september 1780 trouwde mijn voorvader François Kempeneers uit Attenhoven met een meisje uit Kumtich, Judoca Vanden Bosch. Zij werd geboren in Kumtich op 5 juni 1759 en overleed er op 3 juli 1838. Wanneer François geboren werd, heb ik nog niet gevonden. Hij stierf wel jong op 25 juli 1802. Door de overkomst van François naar Kumtich, ontstond er een nieuwe tak van Kempeneersen in onze regio, die verder gezet werd door Petrus Kempeneers (1782-1855), Gillis Kempeneers (geboren in 1815), Engelbertus Kempeneers (geb. in 1854) en mijn vader Eugenius Kempeneers (22.9.1902). Hij was de jongste van 13 kinderen en woonde in Kumtich in de huidige Sint-Barbarastraat. Een leven als arbeider (onder meer in Waalse mijnen) zinde hem niet, zodat hij liever met kar en ezel met de verkoop van bier begon. Zijn depot bevond zich bij zijn schoonzuster in een café op de Leuvenselaan.

Op 11 september 1931 trouwde mijn vader met Joanna Mattens uit Orsmaal-Gussenhoven en vestigde zich op 14 september als bierhandelaar op het Kapucijnenplein. Op deze wijze werd ik als Tienenaar geboren. We bleven op het Kapucijnenplein wonen tot in augustus 1952. Tijdens mijn jeugd maakte ik kennis met Jan Wauters, die als archivaris een museum had uitgebouwd in de kapel van het Weeshuis over mijn deur. Tijdens en na de oorlog verbleef André Parengh (later bekend als Tony Corsari) veel bij zijn moeder die conciërge was in het Weeshuis. Zo kwam het dat hij thuis op onze piano (een Steinbach) liedjes componeerde, waarmee hij zo bekend zou worden.

Mijn vier eerste leerjaren deed ik in de Provinciale Normaalschool. Zo leerde ik in 1940 lezen en schrijven bij Maurice Minnoye, die toen pas afgestudeerd was en les gaf in het eerste leerjaar. In dit jaar waren we proefkonijnen voor het uittesten van de “globale leesmethode”, meer bepaald de methode van Ceuremans. De eerste globale zin luidde: Paul is een brave jongen. Uiteraard dacht ik dat deze zin voor mij geschreven was.

Retraite van de klasgenoten van het O.L.Vrouwcollege in Forges La Trappe, 13 tot 17 mei 1952Na de oorlog belandde ik in 1945-46 als intern in het Jozefietencollege op de Oude Markt in Leuven. Twee jaar later echter schreef onderpastoor Jozef Vanhoebroeck, een dorpsgenoot van mijn moeder, mij in als leerling in het O.L.Vrouwecollege te Tienen. Zo eindigden mijn pensionaatsjaren in Leuven. Het werd de Latijns-Griekse afdeling, waarin ik 6 jaar later met vrucht afstudeerde. In die tijd had pastoor Vanhoebroeck mij ook ingelijfd bij de Bergrakkers, een scoutsgroep die ontstaan was uit het kinderkoor van de Sint-Germeinskerk.

In september 1953 was ik ingeschreven in de Antwerpse Zeevaartschool. Het eerste jaar bestond echter uit een praktische opleiding aan boord van het opleidingsschip Mercator, die toen aangemeerd lag in het Willemdok nr. 6. Na een korte opleiding vertrokken we aldus op 15 december 1953, onder het bevel van commandant Van de Sande, voor een kruisvaart naar West-Afrika met als verste punt Dakar. Twee maanden en 10 dagen later legde de Mercator weer aan in Antwerpen.

Het was de bedoeling dat de “adelborsten” of kadetten hun opleiding verder zetten aan boord van het stoomschip Louis Sheid. Dit schip van de rederij Deppe had echter een aanvaring gehad in Cuxhaven. Het resultaat was dat we gedurende de herstelling met een dubbele bemanning verbleven op de kleine Mercator. Met zoveel ratten op een kleine ruimte bleven de spanningen niet uit. Zeilen naaien en versterken, nieuwe wevelingen in het want aanbrengen, enz. waren geliefkoosde bezigheden om de tijd te doden. Uiteindelijk voeren we met de opgelapte Louis Sheid in april 1954 naar Zuid-Amerika voor een reis van 3 maanden en 7 dagen.

Officier Paul Kempeneers in 1958Op 22 juli 1954 kreeg ik een stempel in mijn zeemansboekje en besloot, om mij om gezondheidsredenen niet meer aan te melden voor de volgende reis naar Tampico in Midden-Amerika. Zo belandde ik in de Middelbare Normaalschool (PNT) te Tienen en behaalde er twee jaar later het diploma van regent in de letterkundige vakken. Voor mij was het slechts een noodzakelijke tussenstap. Mijn legerdienst deed ik, uiteraard, bij de Belgische Zeemacht. Als marinefuselier moesten we echter eerst naar de kazerne Callemeyn in Aarlen. Velen begrijpen nog altijd niet wat de marine in de Ardennen ging doen. Na de opleiding van 8 maanden keerden we met 8 nieuwe officieren naar de zeemachtbasis in Sint-Kruis (Brugge) terug. Het was toen het jaar van de Expo 58. Als opvoedingsofficier had ik toen de gelegenheid om met de Kamina para’s te verschepen naar Kongo en Angola. Na mijn legerdienst van 18 maanden keerde ik naar de PNT terug.

Simone VandervesseOp 10 augustus 1963 trouwde ik met Simone Vandervesse uit Hoegaarden. Op 29 september 1965 kochten we een pand in de Leuvensestraat nr. 45 en begonnen er met de geschenkenzaak Kado – geschenken en besteekjes, die thans nog bestaat. Uit ons huwelijk kwamen twee kinderen voort: Elfriede en Edelhart Ysebrant Kempeneers.

Paul Kempeneers op Paaseiland in maart-april 1978In 1970 stelde de stad mij als bibliothecaris aan in het Stadspark. Het was de tijd dat ik weer aan het studeren ging, eerst voor het graduaat in de Bibliotheekschool in Brussel, en daarna voor Germaanse filologie aan de KU Leuven. Als beloning voor 7 jaren studie trok ik in maart-april 1978 op mijn eentje naar Chili en vandaar naar Paaseiland.

Onder de leiding van prof. K. Roelandts promoveerde ik in mei 1982 tot doctor in de Germaanse filologie, met een proefschrift over de Hydronymie van het Dijle- en Netebekken (studie van de waternamen). Twee jaar later verwisselde ik het lesgeven voor de functie van directeur volwassenenonderwijs. Als leraar publiceerde ik veelal didactische werken, zoals een ABN-gids voor Tienen en omgeving (1962), Spelen met Spelling (1964), Nederlandse Spraakkunst met Oefeningen (1965), enz. In 1970 debuteerde ik met een science-fictionboek voor de jeugd Schimmen uit de ruimte.

Daarna legde ik mij ook toe op de geschiedenis van de stad. Zo gaf Publipers in 1975 mijn Aren lezen aan de Gete uit dat op korte tijd was uitverkocht. In 1976 volgde Reddelen onder de boompjes, een eerste verzameling lokale en regionale woorden en zegswijzen uit het Tiense. Gespecialiseerd zijnde in de toponymie (plaatsnaamkunde) gaf de Leuvense Universiteit mijn werken uit over de toponymie vanHakendover, Kumtich, Oplinter, Hoegaarden en Waanrode. De Koninklijke Academie voor Taal- en Letterkunde bekroonde in 1987 mijn Tiense Plaatsnamen (2 delen) in Gent, in aanwezigheid van koning Boudewijn. Deze bezocht de Academie, omdat ze precies 100 jaar bestond.

Voorstelling van Thuis in Thienen in 1999In 1999 volgde in het Toreke de voorstelling van mijn 3-delig werk Thuis in Thienen, waaraan ik meer dan 20 jaar heb gewerkt. Intussen schreef ik een toponymische studie over Landen, getiteld Leven in Landen. Deze stad stelde mijn werk voor op 9 december 2000, dus op mijn 65-ste verjaardag.

Het jaar 2000-2001 was tevens mijn laatste schooljaar als directeur in het volwassenenonderwijs De Nobel. Ik werkte nog een jaar verder als coördinator in het volwassenenonderwijs, maar ging definitief met pensioen op mijn 66ste.

Sedert die tijd zit ik veel in het archief om in de originele bronnen gegevens te zoeken voor de toponymie van verscheidene Hagelandse gemeenten. Ik werd ook lid van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie in Brussel (KCTD) dat 30 leden telt, 15 Vlamingen en 15 Walen. Deze commissie gaf van mij verscheidene werken uit als artikel in de Handelingen van de KCTD of als apart Werk. Terzelfdertijd begon de genealogie mij te boeien. In 2012 verscheen bij Familiekunde Vlaanderen, regio Leuven, mijn 12de bundel over Attenhoven 1609-1649, met de namen van gedoopte, gehuwde en overleden Attenhovenaars.

Opgesteld door Paul Kempeneers op 10 oktober 2000. Bijgewerkt op 4 augustus 2012.